Monday, May 17. 2010
voor P. en M.
Wachten tot de wind over het water dan verkleurt, tot golf wordt, langzaam opzweept tot aan kusten ogen zich dan openen om deze geuren te ontvangen, wachten tot de wind over het water dan van kleur verandert, wolk wordt en zich over golven buigt om zee te worden, één te worden, regenboog die alle hemels overspant, wachten tot de wind over het water dan verkleurt, het is een lanzaam wachten, een geduldig vouwen en ontvouwen tot vleugels zich over de adem plooien en dan opnemen, oplichten tot helder weten, tot doorzichtigheid, tot aangespoeld het water borrelt uit de bron die helderziendheid predikt voor de pelgrims van de hoop, wachten tot de wind over het water dan dit water zegent, alsof het wolken regent, damp geworden golven die nu over al dat wachten heen een schitterend schijnen werpen, oogverblindend, O, en kijk hoe dan dit kijken door alles heen de waarheid toont, alle verdriet en pijn plots weggespoeld, iets nieuws, de wind legt bloot wat ooit in daglicht onmiddellijk werd gesmoord door molenstenen, door hebzucht, haat en pest, gedrenkt in bloed, O ja, het is iets nieuws, het wachten waard, het wachten tot de wind over het water dan verkleurt, en zie: plots baadt alles in groen Licht, het Licht dat wordt geboren als de Liefde oogverblindend zegeviert, zoals dit Kind dat haver aanbiedt, haver aan een ezel, langs een haven aan de Gaverbeek.
16-05-2010, Havenkaaien Brugge + Café/Restaurant "De Rotse", Sint-Christianabron, Dikkelvenne
Saturday, May 15. 2010
Het was alsof een vleugelpaar zich over mij ontfermde, ik werd opgelicht, werd wonder en verwondering, mijn adem was niet meer, er was nog enkel zijn in blijvende aanwezigheid, de zekerheid in de belofte van dit eeuwig duren, O, nu ben ik dan, mijn grenzen nu verdwenen, overschreden, toegetreden, opgenomen in dit onbegrensde, overlopend zonder verliezen, onuitputtelijk geworden, O, te voelen diepe dankbaarheid Uw Woord daarin te horen, ervan te drinken, zodat mijn ziel zal klinken, de wederklank zal zijn die hier gehoor zal vinden, want O ja, nu ben ik dan, nu ben ik helemaal, zo vol, volledig, zonder hindernis, ik word het vleugelpaar, ontfermd, licht op en schitter, ja, zelfs in diepste duisternis zal ik dan teken zijn van hoe Uw Liefde is de moederschoot waarin mijn ziel zich zacht ontplooien kan, nu, tot in de eeuwigheid.
Voor Zuster Mieke °11-06-1937 + 10-05-2010 Algemeen Overste Zuster van de Christelijke Scholen Vorselaar
Monday, May 3. 2010
(voor Jaka Cunegund, mijn Zwitserse Herdershond)
Over het Zilvermeer legt zacht de gele avondzon haar mantel, rimpelloos, een spiegel waarin Liefdeswater zich onzichtbaar wentelt, alsof met trage vleugel- slag een reiger in windstilte wil nestelen, stilstaan, altijd dieper tot de bodem dan de oppervlakte toont, O, over het Zilvermeer legt zacht de gele avondzon haar mantel, dekt toe wat overdag in zwierig handschrift aan haar huid werd toevertrouwd, een minnestrelen, terwijl een late eend dit alles met de beste wil ontcijfert, en dan terugkeert tot de oever, terwijl het Licht verkleurt, onmerkbaar groeit, in wolken regenbooggebeuren sterrenwaarts, tot ogen enkel nog in inktzwart wit ontwaren en daar, O daar dan over het Zilvermeer leg jij dan trouw je adem neer, een mantelvlucht, een zucht en ik ontvang dan, opgelucht.

|